Gastblogs

Celeste: “Zwanger zijn na verlies is zwaar en verre van zorgeloos”


Als arts had Celeste kennis over de risico’s, mogelijke complicaties en sterftecijfers rondom zwangerschappen. Verdrietig genoeg maakte ze dit zelf ook mee, ze verloor haar tweede kindje. Inmiddels is ze moeder van drie kinderen; twee bij haar en een voor altijd in haar gedachten en haar hart. Ze deelt in deze gastblog openhartig over hoe zij haar derde zwangerschap beleefde na het verlies van haar tweede kindje.


Zwanger na verlies – tussen hoop en vrees 

Als dokter wist ik dat zwangerschappen niet altijd goed verlopen. Ik kende de risico’s, de complicaties en de sterftecijfers. Maar toen ik zelf een gecompliceerde zwangerschap doormaakte en mijn pasgeboren baby verloor, begreep ik pas écht wat die cijfers betekenen. 

Deze blog gaat niet over mijn verlies of rouwproces, maar over hoe deze ingrijpende ervaring doorwerkte in mijn volgende zwangerschap – en hoe het mijn vertrouwen, hoop en beleving continue beïnvloed heeft. 

Wat als ik dit kindje ook zou verliezen?

Een positieve zwangerschapstest
Het was 14 januari. Hampus en ik waren een weekendje weg in Egmond aan Zee. We zouden die dag een kwart marathon rennen – 10,5 kilometer over het mulle zand, door de bijtende wind en in de ijskoude regen. Ik stond in de badkamer van onze hotelkamer. Mijn regenbestendige hardloopkleding had ik al aan, klaar voor de start. In mijn trillende hand omklemde ik geen startnummer of energiereep, maar een zwangerschapstest. 

‘En?’ vroeg Hampus nieuwsgierig, terwijl hij de badkamer binnenliep. Hij keek over mijn schouder – en daar, héél langzaam, verscheen een tweede streepje. De test was positief! Ik was opnieuw zwanger! Hampus maakte een vreugdesprongetje, gaf me een liefdevolle kus en liep de badkamer uit.  

Maar ik… ik bleef verslagen achter. Stil. Bijna verstijfd. Want eerlijk? Ik voelde geen vreugde.  Een verlammende angst trok door mijn lijf. Wat als ik dit kindje ook zou verliezen? Wat als ik weer afscheid moest nemen van een minimensje? Weer een piepklein lichaampje naar het crematorium moest brengen? Mijn knieën knikten. Ik zakte op de koude badkamervloer en mijn handen gleden naar mijn nog platte buik. 

‘Ben je daar echt?’ fluisterde ik zachtjes. ‘Blijf jij wel bij ons?’ Maar het bleef stil.  

Mijn gedachten waren maar bij één ding: het potentiële kindje in mijn buik of eigenlijk… het mogelijke verlies

Tussen hoop en vrees
Van die kwart marathon herinner ik me weinig. Mijn gedachten waren maar bij één ding: het potentiële kindje in mijn buik of eigenlijk… het mogelijke verlies. 

Ik wilde zo graag een zorgeloze, blije zwangere vrouw zijn. Een moeder die uitkeek naar de komst van haar kind. Maar daarentegen was ik op mijn hoede, sceptisch en angstig. Elk sprankje blijheid duwde ik weg – bang dat ik me te veel zou hechten aan iets wat ik misschien weer zou verliezen.  

Door mijn voorgeschiedenis – extreem vroeg gebroken vliezen en een bevalling met 22 weken – moest ik om de twee weken naar het ziekenhuis. De goede echo’s stelden me even gerust, maar het gevoel van opluchting was vluchtig. Na een paar dagen kwamen de zenuwen weer om de hoek kijken. De mogelijke doemscenario’s. 

Ik hoopte op rust na de 22 weken en ergens voelde ik dat het dit keer goed zou komen, maar toch durfde ik niet te hopen. Ik was zo bang om dit kindje ook te verliezen, en daarmee weer een deel van mezelf. Pas toen ik met verlof ging, zette ik voor het eerst een voet in de babykamer. Twijfelachtig haalde ik de babykleertje van zolder en langzaam begon ik me te verheugen dat er misschien écht weer nieuw leven in ons huis zou komen.  

‘Als het maar leeft, als het maar leeft’

De bevalling
Bij ruim 39 weken begonnen de weeën. In het holst van de nacht reden we naar het ziekenhuis. Hetzelfde ziekenhuis waar onze Benjamin was geboren – en gestorven. 

Tijdens de bevalling kon ik niets anders zeggen dan: ‘Als het maar leeft, als het maar leeft.’ Dit was de hele bevalling mijn mantra. ‘Het’, want we wisten het geslacht nog niet. Ik wilde het niet weten. ‘Het’ voelde veiliger dan ‘hij’ of ‘zij’. Alsof het dan minder pijnlijk zou zijn, mochten we dit kindje ook verliezen.

Er volgden intense, pijnlijke persweeën en toen… toen werd ze geboren: onze prachtige Seraphine. En waar het na de bevalling van Benjamin benauwend stil was gebleven, vulde de ruimte zich nu met een luid gehuil. Nieuw leven was geboren! Waar Benjamin slechts zijn klein vingertje had bewogen, spartelde Seraphine energiek heen en weer en vond ze meteen mijn borst. 

Op dat moment voelde het alsof er een zware deken van me af getild werd. Alsof ik voor het eerst in maanden weer kon ademen. Mijn hart vulde zich met een onvoorstelbare liefde. Het gevoel wat ik al die tijd krampachtig had onderdrukt, stroomde nu door mijn hele lijf. Ik hield Seraphine vast – en nam me voor om haar nooit meer los te laten. En dat heb ik in de maanden daarna ook nauwelijks gedaan. Dag en nacht zat ze als een koalabeertje aan me vastgeplakt. Ik wilde haar continue zien, horen, voelen en ruiken. Ik moest mezelf ervan overtuigen dat ze echt was, en leefde.   

Zwanger zijn na verlies is zwaar en verre van zorgeloos

De impact van het verlies
Zwanger zijn na verlies is zwaar en verre van zorgeloos. Ik besef tot op het bot hoe bijzonder het is om een levend kindje in mijn armen te mogen houden. Het verlies van Benjamin heeft me ook veranderd als moeder. Ik ben bezorgder, angstiger en gevoeliger geworden. Maar ook dankbaarder en misschien daardoor zelfs gelukkiger. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *